|
  2000 ![]()  
|
|
Pieten kwamen naar Alterra
En we hebben daar een foto van gemaakt.
|
 
   |
|
De terugkeer van de kale dwerg
Het maanlicht verlichtte de blauwe bergen, een van de ruigste gebieden van Noord-west Wageningen. Er was geen geluid te horen. Zelfs de uilen hielden zich deze koude nacht volledig stil. De Blauwe bergen leken uitgestorven. Dat was echter maar schijn. Oplettende kijkertjes konden soms het maanlicht zien weerkaatsen op het kale hoofdje van een heel klein mannetje. Het was zwaar en gevaarlijk. Maar hij was blij dat hij er dit jaar weer bij kon zijn. De Rikilt- puzzeltocht was voor hem het hoogtepunt van het jaar. Nadat hij uit het Heldenteam* was gezet, had hij lang gezocht naar een nieuw team. En hij was geslaagd. Dit jaar mocht hij meelopen met een prachtige en boomlange vrouw. De sfeer in het kleine team was goed. De vrouw had nog wel gezegd dat ze kleine mannen haat omdat ze hun kleinheid compenseren met grote spullen en een grote mond. Maar de dwerg had haar luid schreeuwend, en zwaaiend met zijn enorme zaklamp, overtuigd dat hij alleen maar klein leek en niet klein was. Bovendien bleek al snel dat beiden dezelfde interesses hadden: ze hielden van puzzeltochten en aten veelvuldig bij McDonalds.
| |
| De tocht voerde hen langs een brug met twee leuningen waarvan er een niet bestond. En ze zagen mannen uit het stenen tijdperk. De vragen waren lastiger dan ooit. Of ze wisten hoeveel plaatsnamen in de tekst 'BEEK BEEK EN DONK DONK' staan en of 21 juni de langste dag van het jaar is. In het donker waren bovendien de orientatiepunten moeilijk te vinden. 'Waar is nu toch dat ATO-DLO-gebouw?', mompelde de kleine man. En 'waar zijn die 2 halve cirkels?' vroeg de vrouw zich af. |
|
|
  Na precies 119 minuten werd het Rikilt-gebouw weer bereikt. Bukkend liep de vrouw naar binnen, gevolgd door het mannetje. Ze schoven aan bij de overige deelnemers, die zich verzameld hadden rondom de reus die de tocht had bedacht. Hij was lang (zoals heel veel reuzen), je kon er goed mee praten, had gevoel voor humor en hij rookte niet. Maar hij was al getrouwd. Toen iedereen veilig was teruggekeerd, vertelde de reus hoe de tocht gelopen had moeten worden. Slechts 6 fouten had het team gemaakt. Meer beslissingen had het mannetje ook niet mogen nemen. De vrouw vond daarvoor de concurrentie te sterk. Bijna nonchalant nam ze de eerste prijs in ontvangst en verdween met de taart de donkere nacht in. Het kleine mannetje bleef alleen achter bij een, voor hem, enorme bak met erwtensoep. Hij was moe maar voldaan. Commentaar PV: Dit jaar deed er slechts 1 team van Alterra mee aan het leukste PV- evenemt van het jaar. Dit team bestond uit Veroniek Bezemer en Jaap van Raffe. Zoals vermeld won dit team de Rikilt-puzzeltocht. In 2001 staat het evenement weer op de agenda. De penningmeester van de PV heeft nu de Toerspeldirectie gevraagd de promo tie ervan te verzorgen. Hij verwacht dan ook in 2001 minimaal 20 deelnemende Alterra- teams. Luister naar Leontineke om te horen over het heldenteam: |
|
|
Waar gebeurd: Actie, spanning en sensatie
Zaterdag achttien november om 18.30 uur was het zover: de bittere strijd om de felbegeerde Frans Hoksbergen trofee 2000. De plaats waar de strijd gestreden werd was de Rijnkom in Renkum. Eén voor één druppelden de sporters binnen, zich bewust van de eer die die avond behaald kon worden. Iedereen hield elkaar nauwkeurig in de gaten: spiermassa, manier van lopen, soort sportkleding. (Dit zijn allemaal kenmerken waaraan je een echte tennis-ster kan herkennen). De concentratie was van de gezichten af te lezen. Zeventien deelnemers in topvorm, Ieder met zijn eigen bijzondere kwaliteiten. En ook ik was erbij, overgehaald door die kleine kale dwerg, je weet wel, die ook van puzzelen houdt. Aan een muur hing een stuk papier waarop de sporters waren ingedeeld. Kansen en bedreigingen werden bij deze muur ingeschat, strategieën gemaakt. De spieren werden losgeschud, kuiten gemasseerd, armen warmgedraaid. De strijd kon beginnen. De avond was jong en de sporters fit. Vriendelijk wensten ze elkaar succes, wat gezien de situatie puur een formaliteit was: iedereen wilde de Frans Hoksbergen trofee 2000, wat er ook gebeurde. Hiervoor werd alles uit de kast gehaald en niets geschuwd. Verschillende technieken werden aangewend om het spel te winnen. Het eerste wat in de strijd werd gegooid was een technisch krachtig tennisspel. Pakte dit minder goed uit, dan werden er ook andere middelen aangewend om de tegenstander van zijn stuk te brengen. Zoals bijvoorbeeld door het stellen van onbenullige vragen (waar heb je dat leuke t-shirt gekocht?), het meerdere malen roepen van een foutieve score (uiteraard in het voordeel van jezelf) en hopen dat de tegenstander het niet merkt, of het gebruik maken van supertennisballen waarmee alleen jij uit de voeten kan. De avond vorderde en de beslissende eindronde kwam steeds dichter bij. De spanning was te snijden. Wie mochten er uiteindelijk om de Frans Hoksbergen trofee 2000 strijden? Nadat alle wedstrijden waren gespeeld en alle punten waren geteld, bleek een bijzonder koppel te mogen strijden tegen elkaar: Joop Spijker en Francisca Sival. Er werd uiterst geconcentreerd gespeeld. Iedereen zat ademloos en op het puntje van zijn stoel te wachten op de beslissende slag. En ...... Joop won! De vraag is: welke techniek heeft Joop gebruikt ? Elsbeth Gerritsen |
|
Uitslag 'Frans Hoksbergentoernooi'
  | ||
|
1. 2. 3. 4. 5. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. |
Joop Spijker Francisca Sival Ed Troeleman Bram de Vos Frans Hoksbergen Jaap van Raffe Toos Steenvoorden Joop Steenvoorden Niek Edelebosch Richard Tahapary Bep Hoksbergen François Starke Rob Schmidt Saskia Ligthart Jeroen Sluijsmans Elzina Tahapary Elsbeth Gerritsen Marianne Sluijsmans |
(winnaar Frans Hoksbergen Trofee) (winnaar dames) (winnaar '96, '97 en '99) (winnaar '95; naamgever trofee) (winnaar best of the rest-prijs) (winnaar superpoedel) (verliezer superpoedel) |
|
1 voor allen, allen voor 1
Zondag 30 april. Het groen-oranje-toernooi. Een regatta tussen de beste roeiploegen van
Wageningen. En ik doe mee. Samen met mijn beste (en enige) drie vrienden: Raymond
Schrijver, Edwin Wieman en Tineke de Boer. Roeien is eenvoudig. Eigenlijk was een keer
trainen wel voldoende. En wij hebben wel drie keer getrained dus de kans dat we gaan
winnen is bijna 100%.
We zijn gestart. Het gaat best lekker. Mijn tempo ligt bijzonder hoog. De vraag is nu
waarom die andere ventjes zo langzaam roeien.
Het gaat heel goed. Ik denk dat we al 200 meter hebben gevaren. Misschien zels wel 300
meter. He - stuurman, hoever zijn we al? 6 meter. .... ZES METER??? ?
He daar roeit Alterra 2 op voor de volgende wedstrijd.
Koen Kramer, Willemin Geertsema, Joke Luttik en Agnes van de Berg.
Het lijken me sympathieke mensen.
Niet vergeten dat ik mijn onderzoeksvoorstel voor een belevingsonderzoek
naar Agnes mail. Die vindt dat vast wel interessant. Ik zal eens zwaaien.
... He, @#$%@#, waarom krijg ik die peddel nu niet uit het water.
Help. Help!!! Stop. STOP!!!
Tjonge, wat gaan we snel. Daar is de finish al. Waar is onze tegenstander eigenlijk
gebleven? Wat was onze tijd? He mannetje aan de kant. Hoeveelste zijn we geworden.
WAT?.... LAATSTE? KUN JIJ WEL KLOKKIJKEN?
Die Bosbouw-ploeg met Frits Mohren, Hank Bartelink,
Heiner Schanz en Leo Goudzwaard maakte de ene
snoek na de andere. Die moeten toch nog veel slechter hebben gepresteerd.
En Alterra 3 bestond uit 5 mensen (Martijn van Wijk, Evelien Verbij,
Saskia Ligthart, Marjanke Hoogstra en Veroniek Bezemer ).
Dat is helemaal niet eerlijk. Die lui zouden gediskwalificeerd
moeten worden.
Zondag 30 april. Het Oranje-groen-toernooi. Een regatta tussen de beste
roeiploegen van Wageningen. En ik deed mee.
Het was een fantastisch dag. Ik heb in totaal zes minuten geroeid. Ik ben
mijn zelfvertrouwen, mijn waardigheid en mijn drie vrienden kwijt.
Wat ging het slecht.
Gelukkig is er volgend jaar weer een Oranje-Groen-toernooi.
Heb ik het komende jaar iets
om naar uit te kijken.
|
|
UITSLAGEN IBN-TAFELTENNISTOERNOOI 2000   | |||
|
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 |
Joop Spijker Johnny te Roller Bert van Os Jos Sinkeldam Peter van der Meer Wieger Wamelink Niek Edelenbosch Cor Das John Wiltink Arjen Buijs Raymond Schrijver Wim Beltman Arjan Koomen Edgar Vos Bareld van der Ploeg Jaap van Raffe Nicky van der Wulp Evelien Verbij Martijn van Wijk Theo Maagdenberg |
winnaar trofee - winnaar 1999 - - - - - - - winnaar best of the rest finale - - - - - - chef-kok en winnaar superpoedel - troostplaats | |
|
PV-excursie Friesland
door Herbert ter Maat
Op donderdag 26 oktober 2000 stond de PV-excursie naar het hoge Noorden op het programma. In totaal waren er toch nog 25 Alterranen die de reis naar Friesland aandurfden. De bus stond om 8:00 uur klaar om de PV-excursiegroep te vervoeren naar de eerste stop: Bolsward, de stad waar de enige echte Sonnema Berenburg vandaan komt. Om 10.15 plaatselijke tijd kwamen we aan bij de grote hal en werden we verwelkomd met koffie en een heerlijk gebak voordat alle geheimen van de Berenburg zouden worden prijs gegeven. Na een informatieve diaserie over de geschiedenis van Friesland, Bolsward en Sonnema, volgde een rondleiding door de hal waar de Berenburg geproduceerd en verpakt wordt. Van de 71 kruiden die in de Berenburg gaan, werden er uiteindelijk 27 prijs gegeven, zodat het Berenburggeheim (de andere 44 kruiden) toch nog bewaard bleef in Bolsward. Gelukkig kon er zelf na de rondleiding ook nog worden genoten van de verschillende likeurtjes die bij Sonnema gemaakt worden en daarbij was het gure weer een ideaal excuus om de Berenburg te nuttigen. Na een vermakelijke ochtend in Bolsward, gingen we met de bus naar Oudemirdum waar het informatiecentrum Mar & Klif is. Na een korte bezichtiging door dit centrum, was er de mogelijkheid om de omgeving met huifkar of step te verkennen. Het jongere gedeelte van de excursie-gangers ging op de step, terwijl de rest met de huifkar een tochtje ging maken. Door het gebrek aan spatborden, kon in de middag een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen de steppers en niet-steppers aan de hand van de met modder bespatte broeken van de steppers. De lunch (met verse soep) werd genuttigd in een gezellig restaurant in Oudemirdum om zodoende energie op te doen voor het middagprogramma. Een deel van de groep ging naar het schitterende Hindeloopen, terwijl het andere deel door weer en wind de Gaaster landse omgeving op de fiets ging bezichtigen (totaal lengte: 25 km). De fietstocht leidde ook langs het kantoor van Staatsbosbeheer en een boswachter die een kleine rondleiding van een uur gaf door het bos Elfenbergen met daarin veel aandacht voor de geschiedenis van het Gaasterland en de rol van het bos daarin. | |
 
   |
|
|
De calorieën moesten weer worden aangevuld en dus ging de fietsgroep na de tocht ook richting Hindeloopen waar in restaurant Het Kalkoentje (aan het IJsselmeer) werd gegeten. Hier vond ook een totale hergroepering plaats met de groep die in de middag Hindeloopen onveilig hadden gemaakt met bezoekjes aan verschillende musea. Het eten had een sterk accent op vis en werd door iedereen als erg lekker ervaren. Tijdens het eten werd de nodige tafelhumor van stal gehaald, zodat de lachspieren ook niet werden vergeten tijdens deze PV-excursie. Nadat het al over achten in de avond was, werd er weer richting zuiden getrokken om op een redelijke tijd terug te zijn in Wageningen. Achteraf heeft iedereen hopelijk terug kunnen kijken op een geslaagde PV-excursie met redelijk weer en een gezonde dosis Friese cultuur. |
|
|
20/21/22/23 juli: En we zijn gefinished
De winnaar van Altoerra
    Eric Schouwenberg
Zijn tweede team viel tijdelijk terug. Maar team 1 bleef steeds bovenin.
Eric bleef rustig, ondanks de continue aanvallen op zijn leidende positie.
De nummers twee, drie, vier en vijf De beste afdeling |
   
|
De Cees-Niemeijer-prijs Wieger Wamelink was traditioneel de slechtste deelnemer aan het Toerspel. Opvallend is dat hij kamergenoot is van Eric Schouweneberg. Het is nu de vraag of Wieger die renners op zijn formulier aanstreept die Eric niet heeft geselecteerd of dat het omgekeerde geldt en Eric op de eerste plaats is beland dankzij de kneuzenlijst van Wieger. Wieger ontvangt in ieder geval voor zijn prestatie de rode lantaarn (een wisseltrofee) en vier gulden en tien cent. |
|
De Prix de De De Leuk-Meegedaan-maar-helaas-Niets-Gewonnen-prijs De 'Jopies' Een groot schandaal De dagprijswinnaars
|
|
UITSLAGEN EK-TOTO   | |||
|
plaats
1 |
deelnemer
Janet Mol |
aantal punten
111 | |
|
Kerstverhaal
Door Joop Spijker
Kerstmis is een feest om te huilen, daarom noemen de Duitsers het Weihnachten.
Het toppunt van ellende is als Eerste Kerstdag precies na het weekend valt.
Drie Kerstdagen achter elkaar. Op Tweede Kerstdag krijg ik zin dwars door Stille nacht,
heen te brullen dat ze de herdertjes, de maagd Maria en het kindeke Jezus meteen aan
de Palestijnen hadden moeten uitleveren. Dan zat Arafat nou met de brokken.
De ijsheiligen zijn m'n favoriete feestdagen, want die worden niet gevierd. (...)
Wat is nou een echte feestdag, als je op school komt, en de meester is ziek. En er is
geen kans op genezing, en er is ook geen invaller. Dus je krijgt vrij. Dat is pas een echte
feestdag. Dus op onze leeftijd is het nooit meer feest. Nooit meer feest."
Tot zover de woorden van onze plaatselijke cabaretier, Hans Dorrestijn.
Evelien Verbij heeft mij namens de personeelsvereniging gevraagd vanavond een
kerstverhaal te houden. Een dergelijk verzoek bereikte mij nooit eerder. In mijn naïviteit
ging ik op dit verzoek in.
Nu hier sta ik dan. Waar zal ik het met u over hebben? Een cabarettekst van Dorrestijn
lijkt me niet gepast; maar wat dan wel?
Ik heb niks met Kerst. Ik geloof er niet in.
Als alleenstaande is de Kerst een lastige periode. Elk jaar worstel ik met de vraag 'Hoe
kom ik de Kerstdagen door?'. Mij ontbreekt de geborgenheid van een gezin. Hoewel je
die geborgenheid niet te rooskleurig moet voorstellen. Ziekenhuizen draaien in deze
periode overuren, en niet alleen voor vuurwerkongelukken. Ook echtelijk gaat er heel
wat mis. En ook dat moet dan weer gehecht worden.
Wat het iets gemakkelijker maakt, is dat ik niet de enige ben die hier mee worstelt. Ook
menig konijn en kalkoen stelt zich de existentiële vraag: hoe kom ik de kerstdagen door?
Maar goed. Laat ik deze vraag niet verder uitspitten en overgaan tot het thema van mijn
kerstvertelling:
Kerstmis op Alterra.
Er is kerstversiering aangebracht in het gebouw. Niet overdadig en dat vind ik niet erg. Ik
heb nu eenmaal weinig met Kerst. Wel is het treurig gesteld met de boom in West. Een
monumentale hal en dan staat er zo'n lullig boompje. Bezoekers kunnen bij de receptie
een vergrootglas krijgen. In Oost valt de kerstversiering helemaal weg in de bestaande
overvloedige groenvoorziening. Toch is ook op Oost opvallende kerstversiering aanwezig.
Hier is aangesloten op een moderne trend. De versiering staat buiten. Er staat een grote
groen verlichte kerstpoort op het dak. Ik houd hier niet zo van. Laten we hopen dat rond
Driekoningen de lichtbak weer wordt verwijderd. Dat past ook in onze strijd voor het
behoud van de duisternis.
Wat nog ontbreekt op het instituut is een echte kerststal. Nu is dat natuurlijk ook moeilijk.
Stel dat vanavond de wijzen uit het Oosten voor de deur staan. Ze komen er niet in. Ze
hebben geen pasje, laat staan een pincode. Zo wijs zijn deze wijzen dus niet. Of
misschien juist wel?
Toch is dat misschien wel een aardig idee, een Alterra-kerststal. Met al onze expertises
kunnen we die toch zelf wel vullen. Al ben ik niet bijbelvast, laat ik een voorzet geven voor
een levende Alterra kerststal.
Allereerst de stal. Waar zullen we de stal inrichten. Ik ken maar één geschikte plek en dat
is zaal B of zaal C in Oost. De temperatuur is er onaangenaam kil, het is er gehorig en er
liggen planken op de vloer. Zo. de stal hebben we. Nu de inhoud:
De wijzen uit het oosten: dit zijn natuurlijk de medewerkers van Alterra-Oost. In West zal
men nu denken; de wijzen waren toch met z'n drieën! En voor deze keer ben ik het met
ze eens. Er zijn drie wijzen op Oost. Ik zelf denk dat ze te vinden zijn bij het team stedelijk
groen.
De drie wijzen uit Oost zagen een ster en trokken hun instituut uit. Een barre tocht over
ondergelopen ecologische tuinen volgde. Eerst een spekglad bruggetje over een vijver.
Men vond een pad, genaamd "Het droge pad". Dit vergemakkelijkte de tocht enigszins. Na
lange omzwervingen kwam men uiteindelijk bij een klein tochtig gangetje. Aan de wand
hing iets. Het leek een kunstwerk. Dit had weinig koninklijks. Anders had het nu wel in het
Stedelijk gehangen bij de tentoonstelling, "De keus van Beatrix".
Wie zitten er nog meer in de stal:
De herders en de schapen. Dat zijn natuurlijk de teamleiders en hun teammedewerkers.
Deze teamleiders zorgen goed voor hun schaapjes, geheel in de geest van het testamenti
sche adagium dat de zorg voor één verloren schaap belangrijker is dan de negenennege
tig resterende schapen.
Klein zorgpunt is wel dat sommige collega's onderzoek doen naar het verbeteren van de
ecologische verbindingszone van Wageningen met Zeeuws-Vlaanderen. De dag dat de
wolf de kerststal bezoekt is niet ver weg. Sygmund sprak deze vrees ook al uit vanmorgen
in de Volkskrant.
De os en de ezel. De directie heb ik nog geen plaatsje gegeven in de kerststal. Het is
echter een gotspe de os en de ezel door de directie te laten verbeelden.
De os is immers een harde werker, een krachtpatser die de ploegschaar door de grond
trekt. Voor de os is de veldwerkersregeling ontwikkeld.
Misschien moeten we voor de ezel eens buiten Alterra kijken. Laten we nog één keer de
architect van Alterra-Oost, de heer Bähnisch, uitnodigen. Voor hem een plaatsje als ezel
dan maar. Wellicht dat een verblijf als ezel in de kille stal hem op zinvolle gedachten
brengt voor het ontwikkelen van een waarlijk mensvriendelijk gebouw.
En natuurlijk Jozef en de maagd Maria. Ze waren op zoek naar een slaapplaats voor de
nacht. Geen herberg had een bedje voor ze vrij. Hun mandats waren niet in orde (niet
onbevlekt ontvangen). De handtekeningen ontbraken. En ook had Jozef geen zorgvuldige
kilometeradministratie bijgehouden van zijn tocht van Nazareth naar Alterra.
Lunchbonnetjes had ie ook niet bewaard. Ze mogen nog blij zijn met een plaatsje in
onze stal.
De trog met hooi. Dat zijn natuurlijk de DWK-gelden, waar alle medewerkers zich op
storten.
Nu houd ik zelf wel van die moderne stallen; een wat vrijere impressie van het
Kerstverhaal in een stal. In zo'n stal is ook ruimte voor andere figuren uit het Nieuwe
Testament. Niet alleen de verplichte herdertjes.
Laten we ook de volgende figuren in de Kerststal opnemen:
De twaalf discipelen. Zijn dat de afdelingshoofden? Maar wie is dan Judas? Geen
afdelingshoofd verkoopt zijn ziel voor 30 zilverlingen. Dertig zilverlingen is veel te weinig
en niet conform de DLO-tarieven voor het jaar 2001! En Petrus, wanneer kraait de haan
driemaal?
De lamme en de blinde. Tjonge, dat is moeilijk, hier op het instituut. Die Qual der Wahl,
zoals ze in Duitsland zeggen. Als je onze organisatie vergelijkt met een echt bedrijf, dan
lopen hier heel wat lammen en blinden rond. Als het gaat om bedrijfsmatig georganiseerd
werken tenminste.
De farizeeërs met hun koopwaar die Jezus de tempel uitjaagt. Is dat het
accountmanagement dat het gaat om het verkopen van ons product, in plaats van
om de inhoudelijke verdieping.
De wonderbaarlijke vermenigvuldiging; ook die verdient een plekje in onze stal. Is dat het
binnenhalen van externe gelden met behulp van de programmagelden?
De tollenaar. Wie o wie is de tollenaar. Is dat onze controller, of de Raad van Bestuur die
ons 165 productieve dagen oplegt - dag voor dag in het zweet onzes aanschijns.
De barmhartige samaritaan. Zijn dat niet de medewerkers van de Bedrijfshulpverlening, de
BHV. Zij doen in stilte hun goede werk, soms scheef aangekeken door collega's voor de
tijd die zij in dit levensreddende werk steken.
De arme bedelaar, Lazarus. Zo voel ik me wel eens, als ik weer 'ns op gesprek ben bij
een opdrachtgever die wel onderzoeksvragen heeft, maar geen geld voor onderzoek.
Pontius Pilatus. Hij waste zijn handen in onschuld. Een echte bureaucraat. Regels zijn
regels. Ondanks de verzelfstandiging zijn deze typen nog niet geheel uitgestorven bij DLO.
Mandat ist Mandat!
Barabas, de struikrover. Is dat de medewerker die zijn ene privé-kopietje niet noteert. Of
is Barabas juist de medewerker die dit ene kopietje wel noteert en zo het instituut op hoge
administratieve kosten jaagt!
Ongelovige Thomas. Is dat de ondernemingsraad die al te optimistische verhalen over de
kenniseenheid en divisievorming niet voor zoete koek slikt?
De overspelige vrouw. Deze figuur is een zeldzame verschijning in een gewone kerststal,
maar in onze Alterra-stal mag zij niet ontbreken. Laat zij symbool staan voor de ivoren
getorende wetenschapper die zichzelf aan de geneugten van de onderzoeksmarkt
overgeeft. Zij kan van een koude kermis thuiskomen. Echter: wie zonder zonden is, werpe
de eerste steen.
Nu is de kerststal vol. Wie vindt dat ie onterecht niet is opgenomen, of wie vindt dat ie
onterecht wel is opgenomen, wende zich de vertrouwenspersonen. Als het om het
comfortniveau van de stal gaat, wendt u dan tot de beheerder van de kerststal, de
facilitaire dienst. Ik verzeker u dat er door deze dienst, maar ook door de andere takken
van ondersteuning keihard gewerkt wordt om de stal hier aan de gang te houden.
Dan wou ik nu afsluiten met een lied. Begeleiding bij dit lied verzorgt Jitze Kopinga.
Het lied is geïnspireerd op twee zaken:
Allereerst ons kerstpakket en op de zich daarin bevindende kwaliteitsworst.
Ten tweede op de stroeve CAO-onderhandelingen. Als de werkgever niet meer biedt, dan
is deze kwaliteitsworst na de Kerst niet meer voor ons haalbaar. Daarom zingen wij nu het
lied:
HEMAWORST
|
| Jaap van Raffe heeft zeker niet zoveel te doen |